|
| Bewegwijzering |
Bewegwijzering
Een wegwijzer voor fietsersBewegwijzering omvat de vorm, de inhoud en de
locatie van wegwijzers.
Er zijn verschillende soorten wegwijzers:
gestandaardiseerde wegwijzers (voor het wegverkeer)
wegwijzers binnen een gemeente, bijvoorbeeld voor de bewegwijzering van
bezienswaardigheden en straten op bedrijfsterreinen. De kenmerken en het
ontwerp kunnen verschillen per gemeente.
wegwijzers in openbare gebouwen, meestal voor voetgangers, zoals op stations
en op Schiphol. Ook hier is geen uniformiteit, elk bedrijf of organisatie
kan een bepaalde bewegwijzering kiezen. Wel zijn vaak de symbolen uniform.
In Nederland had de ANWB jarenlang een monopoliepositie in de aanleg en het
ontwerp van wegwijzers voor de openbare weg. Voor het rijkswegennet hebben
ze deze taak moeten afstaan voor de periode 2004 tot 2007 aan het bedrijf
Tebodin.
Paddenstoel (wegwijzer)
Paddenstoel tusen Borger en RoldeEen paddenstoel is een speciaal type
wegwijzer dat in Nederland op voetpaden en fietspaden gebruikt wordt, met
name in natuurgebieden. Het grote voordeel van dit type wegwijzer is dat ze
weinig storen in het landschap. De naam verwijst naar de vorm van de
natuurlijke paddenstoel.
De paddenstoelen worden geplaatst door de ANWB. Ze hebben een uniek nummer,
dat vaak vermeld staat op kaarten en op routebeschrijvingen. Wegwijzers voor
fietsers zijn meestal een op een paal bevestigde fietshandwijzer. Waar zo
een bord misstaat wordt een paddenstoel geplaatst. De paddenstoelen zijn al
fietsend niet zo goed af te lezen, dus kunnen alleen geplaatst worden waar
door de fietsers langzaam gereden wordt, en waar het stilstaan met de fiets
geen gevaar oplevert voor het overige verkeer.
In 1919 werd de eerste paddenstoel door de ANWB geïntroduceerd. Deze
paddenstoel, met nummer 1, stond aan het eind van de Zandheuvelweg bij Baarn.
Dit gebied was rond die tijd populair voor fietsers, en de Algemene
Nederlandse Wielrijdersbond, wat ANWB oorspronkelijk betekende, zette zich
in om de fietsgebieden te ontsluiten. De eerste paddenstoel werd ontworpen
door ingenieur J.W.H. Leliman uit Baarn. Hij was architect en tevens
bestuurslid van de ANWB. Uit verschillende modellen koos het ANWB bestuur in
februari 1919, tijdens een ontmoeting op de hei bij het Sint Janskerkhof in
Laren, voor het "vierkante ontwerp paaltje van beton met den breeden kop, op
welks schuinaflopende vier zijden eenvoudige opschriften zijn aangebracht".
Een paddenstoel met een driehoekige vormDe 2000ste paddenstoel werd in 1942
in Woensdrecht onthuld. Een replica van paddenstoel nr. 1 staat in Laren en
is daar geplaatst door het Goois Museum. De oorspronkelijke locatie was niet
meer bruikbaar, door de aanleg van Rijksweg A1. Momenteel (2005) staan er in
Nederland ongeveer 5500 paddenstoelen.
| Serie K: Bewegwijzering |
| 1 |
 |
Lage
beslissingwegwijzer langs autosnelweg voor de doorgaande
richting, met interlokale doelen en routenummer autosnelweg |
| 2 |
 |
Voorwegwijzer
langs autosnelweg voor de afgaande richting, met
afstandaanduiding, interlokale doelen (bovenste doel = afritnaam),
verwijzing naar vliegveld/luchthaven en routenummer niet-autosnelweg |
| 3 |
 |
Beslissingswegwijzer
langs autosnelweg voor de afgaande richting naar een
verzorgingsplaats, met de naam van de
parkeerplaats en symbolen die de aard van de voorzieningen
aangeven |
| 4 |
 |
Hoge
beslissingswegwijzer langs autosnelweg met rijstrookpaneel voor
de doorgaande richting en aftakkingspaneel voor de afgaande
richting, met interlokale doelen, routenummers autosnelwegen en
Europese hoofdroutes |
| 5 |
 |
Voorwegwijzer
langs niet-autosnelweg, met interlokale doelen, routenummers,
viaductsymbool en aanduiding industrieterrein |
| 6 |
 |
Beslissingswegwijzer
langs niet-autosnelweg met interlokale doelen en routenummer
niet-autosnelweg |
| 7 |
 |
Wegwijzer
voor fietsers en bromfietsers (handwijzer), met lokaal doel,
interlokaal doel, stedelijk
fietsroutenummer (boven), en met interlokale doelen en
interlokaal fietsroutenummer (onder) |
| 8 |
 |
Wegwijzer
voor fietsers en bromfietsers (stapelbord), met interlokale
doelen en een via een alternatieve
route te bereiken doel (cursief) |
| 9 |
 |
Omleiding.
Maatregel op voorwegwijzer langs niet-autosnelweg |
| 10 |
 |
Voorwegwijzer
binnen de bebouwde kom met interlokaal doel, lokaal doel, een
dagrecreatiecentrum, objecten en stadsroutenummers |
| 11 |
 |
Voorsorteren
op niet-autosnelweg. Bord met interlokale doelen, routenummers en
verwijzing naar autosnelweg |
| 12 |
 |
Wijkwegwijzer
binnen de bebouwde kom, met wijknamen (in verkeersgebieden) |
| 13 |
 |
Wijkwegwijzer
binnen de bebouwde kom, met wijknummers (in verkeersgebieden) |
| 14 |
 |
Route
voor het vervoer van bepaalde |
|
|
|